top of page

Wanneer woorden zich niet laten vinden

Ervaringsgericht werken is dé tool wanneer woorden zich niet zo makkelijk laten vinden.


In de praktijk leg ik regelmatig uit hoe onze "aan" stand (activatie van het sympatisch zenuwstelsel) zorgt voor minder ruimte in ons brein. Je komt niet op de juiste woorden, laat stáán dat je kunt omschrijven hoe je je voelt of wat er gebeurt. De woorden die wél opkomen zijn vooral: Laat me met rust, ik heb geen idee.


Het helpt om te snappen waarom dit werkt zoals het werkt. Bare with me: wat als je je brein zou zien als een flatgebouw? Er is super veel ruimte, én die ruimte is beperkt. Het houdt een keer op. In de rust en veiligheid (parasympatisch zenuwstelsel) is het hele flatgebouw ter beschikking. Je hebt een sleutel die op alle deurtjes past, alle bewoners houden de boel netjes en ordelijk. Lekker, je kunt overal makkelijk bij. Dit komt omdat in je parasympatisch zenuwstelsel je brein goed doorbloed is, cellen communiceren open met elkaar en er is geen of amper ruis. De VVE zou er trots op zijn.


In het sympatisch zenuwstelsel - die "aan" stand - ziet het er anders uit. Je lijf richt zich helemaal in om te reageren op een (potentiële) bedreiging. Wat betekent dit in dat flatgebouw? Roest in de sloten, vervelende bewoners in de kamertjes die de boel in de war schoppen, schering en inslag. Kortom, het is een bende daarboven. Niet fijn als je helder wilt nadenken, reguleren, goede oplossingen wil bedenken. Bloed en zuurstof is namelijk niet met name bezig om de boel gesmeerd te laten verlopen - die zijn druk bezig om je hart te laten pompen en je spieren te voeden zodat je snel kunt wegrennen en in een boom kunt klimmen. Logisch - als je adequaat wil reageren op de (potentiële) bedreiging is denken overlevingstechnisch niet het handigst - vechten of vluchten is het devies!


En dan! Er is een antwoord! Het lijf weet raad. Want wát als die potentiële bedreiging, zo bedreigend helemaal niet is? Je lijf zich paraat maakt om in die boom te klimmen, terwijl de situatie daar helemaal niet om vraagt? Een beer voor je grot is toch een wezenlijk ander soort bedreiging dan die éne collega die altijd op nét een vervelende manier naar je kijkt en waar je onzeker van wordt. En toch reageert ons lijf op een vergelijkbare manier.


En precies daar wordt ervaringsgericht werken relevant.


Want als het flatgebouw in de “aan”-stand staat, kun je met praten alleen de roest niet uit de sloten draaien. Je kunt nog zo goed begrijpen dat die collega geen beer is – je lijf staat al paraat. Het alarmsysteem draait op volle toeren. En zolang dat zo is, kom je niet bij de kamers waar reflectie, nuance en taal wonen.


Een voorbeeld uit een sessie, ter ondersteuning, is op zijn plek.

Toen mijn cliënt en ik stilstonden bij zijn zorgsysteem – de plek van behoefte, steun en wat past bij zijn waardes – kon hij helder benoemen wat helpend was. Hij wist wat hem voedde en zocht de ruimtelijkheid op. Zijn woorden kwamen rustig en vanzelf. Hij kon een plek kiezen aan de rand van het bos die dit voor hem symboliseerde en kloppend voelde.



Maar zodra we de aandacht én onze fysieke aanwezigheid verlegden naar het gevaarsysteem – de “wat als”-scenario’s, mogelijke dreigingen, alles wat mis kon gaan – veranderde er iets. Hij had zich verplaatst in een diepe kuil, iets verder het bos in, vol takken, chaos. Zo voelde het gevaarsysteem - beklemmend, belemmerend. Hij klapte dicht. Paniek nam het over. “Ik heb geen idee,” zei hij. Geen toegang meer tot woorden. Het flatgebouw zat op slot.

Niet omdat hij niet wilde. Maar omdat zijn zenuwstelsel het had overgenomen.


Wat we vervolgens deden, was ogenschijnlijk eenvoudig: hij verplaatste zich fysiek in de ruimte. De plek die eerder verbonden was aan het zorgsysteem gebruikten we als ankerpunt. Door daar letterlijk weer naartoe te stappen, gebeurde er iets in zijn lijf. Zijn ademhaling werd rustiger. De spanning zakte. En langzaam kwamen de woorden terug.


Niet doordat we harder gingen nadenken. Maar doordat het zenuwstelsel eerst weer veiligheid ervoer.


Dat is de kern. Soms moet je eerst bewegen, voordat je weer kunt denken.


Niet méér praten, maar het lijf helpen schakelen van vechten/vluchten naar reguleren.


Pas dan gaan de deuren in dat flatgebouw weer open – en kun je bij de kamers waar inzicht, keuzevrijheid en autonomie wonen.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page